Kenmerken van iconen

Naam, nummer en type

De eigenschappen van de iconen zijn allemaal te vinden in het Icoon Kenmerken scherm, rechts in beeld. Door op een icoon te klikken,  verschijnt daar alle relevante informatie zoals naam, nummer en type.

 

Nummers en niveau’s

In het veld Nummer en Niveau (het eerste veld in het  rechter voorbeeld) worden het nummer en het type weergegeven van het icoon dat in de boomstructuur of flow geselecteerd is. Aan het nummer kan ook het niveau worden afgeleid. De nummers worden automatisch door de Sensus-software toegekend en bijgewerkt. Ze kunnen niet worden gewijzigd.

1. Hoofdproces
1.1. Proces
1.1.1. Activiteit
1.1.1.1. Handeling

Als het extra niveau “Thema’s is ingeschakeld, geldt de volgende indeling:

1. Thema
1.1. Hoofdproces
1.1.1. Proces
1.1.1.1. Activiteit
1.1.1.1.1. Handeling

Thema’s zijn in te schakelen door in het menu de volgende keuzes te maken: Bestand, Project Instellingen, Thema’s gebruiken aanvinken.

 

Naam van het icoon

Vul bij het invoeren van de processtructuur in het veld Naam de naam in van het icoon. Dat wil zeggen, de naam van het Thema, het Hoofdproces, het Proces, de Activiteit of de Handeling. De tekst die hier wordt ingevuld, komt in het processchema in de iconen te staan. Het is raadzaam om deze tekst kort, eenduidig en ondubbelzinnig te houden.

 

Icoontype instellen

Bij het tekenen van een procesflow kiest u in de tekenbalk het icoon dat moet worden toegevoegd. Hiermee is het icoontype bekend. U kunt eventueel het icoontype wijzigen door bij de icoonkenmerken het veld Type te kiezen en in het drop-down menu het gewenste icoontype te selecteren.
Let op: de ingevulde gegevens van een dataveld vervallen wanneer dat dataveld niet bekend is voor het nieuwe gewijzigde icoontype.

 

Iconen verbinden met “Volgt op” in het Icoon Kenmerken scherm

In het rechter screenshot is te zien dat een icoon maximaal met drie andere iconen verbonden kan worden middels de Volgt op velden. Door in het veld te klikken, verschijnt een drop-downlijst met alle beschikbare iconen in het proces waar u zich in bevindt.

 

Iconen verbinden aan een Ja/Nee-icoon

Als u een icoon laat volgen op een Keuze-icoon, is het de bedoeling dat deze gekoppeld wordt aan één van de keuzes van het Keuze-icoon (Ja of Nee).

Wanneer u met het canvas tekent wordt er bij het verbinden met een keuze altijd eerst de ja keuze neergezet, daarna wordt bij het tweede icoon automatisch de nee keuze neergezet. Ja kan gewijgd worden in een nee door te klikken op de ja, het zelfde geldt voor de  nee wijzigen in een ja.

Wijzigen kan ook bij de icoonkenmerken. Nadat u een Keuze-icoon gekozen heeft in het Volgt-Op veld, verschijnen de twee mogelijkheden vanzelf. U hoeft dan alleen de juiste aan te klikken en de verbinding is gemaakt.

 

Processen met elkaar verbinden

Als er op het niveau van de activiteiten gekozen wordt voor het type procesverwijzing, dan verschijnt er onder het veld Type een nieuw veld.
Kies in dit veld een bestaand proces uit de lijst. Het proces waaronder de geselecteerde proces(verwijzing) hangt (het eigen proces) kan niet worden geselecteerd.

 

Iconen verbinden in het flow-scherm

Iconen kunnen grafisch verbonden worden in het flow-scherm. Dit kunt u doen in een paar simpele stappen:

  1. Selecteer het icoon van waaruit u een verbinding wil maken door erop te klikken.
  2. Ga met de muis over het kleine pijltje in de rechterbovenhoek van het geselecteerde icoon.
  3. Druk de linker-muisknop in en sleep het pijltje naar het icoon waaraan u wilt koppelen.
  4. Laat de muisknop los.

iconen verbinden

 

Gerelateerde artikelen