Projecten in de Sensus-software

Een nieuw project aanmaken

Klik in de knoppenbalk op de knop Nieuw project 
of
Kies in het menu Bestand voor Nieuw –> klik op Project
of
gebruik de sneltoets ctrl+N

 

Projecten opslaan

Klik op de knop Project opslaan  in de knoppenbalk 
of
kies in het menu Bestand voor Opslaan om het gewijzigde project op te slaan
of
gebruik de sneltoets ctrl+S)

 

Een kopie opslaan

Kies in het menu Bestand voor Kopie opslaan… om het project op te slaan met een andere naam of op een andere locatie. U komt in een scherm waarin gevraagd wordt een nieuwe naam te geven aan het project.

Kies in het vak Openen in het schijf- of netwerkstation waarop u het project wilt opslaan. Dubbelklik op mappen die u wilt openen.

Vul de bestandsnaam in en klik op Opslaan. Het project wordt direct opgeslagen.

Opmerking
Projecten kunnen ook op de server in een database worden opgeslagen. Dit staat beschreven onder “Multi user”.

 

Projecten openen

Klik op de knop Open project  in de knoppenbalk of kies in het menu Bestand voor Openen.
Vervolgens komt u terecht in een scherm waarin gevraagd wordt een project voor de Sensus-software te selecteren. Hierin kunt u een lokaal project(een bestand) of een project van de server(uit de database) openen.

Lokaal project:
Kies Open lokaal project. U kunt het bestand selecteren waarin het lokale project staat. Dubbelklik op mappen die u wilt openen, selecteer vervolgens op het betreffende .spr bestand en klik dan op Openen.
Hiermee wordt een bestaand project geopend van de harde schijf op u computer of op het netwerk.

Project van de server:
Kies Open project van Server. U krijgt nu een lijst te zien van de projecten die op de server in de database staan. Selecteer het juiste project en klik op Project openen.

 

Het scherm projectinstellingen

U komt als volgt bij het scherm Projectinstellingen:
Klik in de knoppenbalk op de knop projectinstellingen 
of
Ga in het menu naar Project en klik vervolgens op Projectinstellingen. U krijgt het volgende scherm te zien:

In dit scherm kunt u een aantal functies aan- en uitzetten. Voor de gegevens onder de tab Beveiliging: zie Beveiliging.

In de tab Algemeen kunt u het gebruik van rollen en thema’s aan- en uitzetten. Ook kunt u het automatisch aanmaken van procesverwijzingen aan- en uitzetten. Ook het niveau waarop een project uitklapt bij het opstarten van de Sensus-software kan worden ingesteld.

Procesverwijzingen zijn iconen die doorverwijzen naar andere processen. Dit houdt in dat bij het andere proces automatisch ook een icoon wordt aangemaakt, dat dan gekoppeld moet worden aan de rest van het andere proces. Hoe dit werkt, vindt u uitgebreid terug onder “Processen beschrijven”.

 

Thema’s

Een thema is nog een extra laag boven het hoofdproces. U kunt thema’s aan- of uitzetten op de volgende manier:

Ga naar Project.
Selecteer Projectinstellingen.
Ga naar het tabblad Algemeen.
Vink hier desgewenst het vakje Thema’s gebruiken aan.

Ze vormen dan een icoon tussen de organisatie en de hoofdprocessen. Dit kunt u gebruiken om een organisatie meer overzichtelijk te maken.
U kunt meerdere thema’s toevoegen aan een organisatie. Ze hebben dezelfde eigenschappen als hoofdprocessen, behalve dat ze tussen de organisatie en het hoofdproces instaan.

Wanneer u thema’s weer uitzet via het procesinstellingenscherm, dan zal de naam van het thema te zien zijn in de hoofdprocessen die deel uitmaken van het thema. Let op: dit is onomkeerbaar. Als u thema’s daarna weer aanzet zullen de thema’s geen naam hebben en de hoofdprocessen nog steeds de naam van het thema.

 

Kopiëren

Bij het kopiëren van processen tussen projecten kan men ervoor kiezen om wel of niet de documenten, afdelingen/functies of applicaties aan te maken in het doelproject. Dit kan men doen bij het menu Extra –> Instellingen, kies daar de tab Iconen kopiëren. In het daaropvolgende scherm kan men de gewenste instellingen aanvinken.

 

Verloren bestanden herstellen

Dit onderwerp is alleen van toepassing als u werkt met lokale projectbestanden. Projectbestanden moeten altijd worden opgeslagen voordat de Sensus-software wordt afgesloten. Als de Sensus-software onverwacht wordt beëindigd, blijven onderdelen van het project wel bewaard.

Wanneer de gebruiker vervolgens de software opnieuw opstart, kijkt de Sensus-software of er nog niet-afgesloten projecten zijn. Het programma vraagt dan aan de gebruiker of hij deze in wil zien.

  1. Start nadat het programma onverwacht is gestopt de Sensus-software opnieuw op.
  2. Beantwoord de vraag of u het project in wilt zien bevestigend.
  3. Controleer welke gegevens verloren zijn gegaan.
  4. Sla het project opnieuw op onder een nieuwe of dezelfde naam.

Opmerkingen:

  • Bewaar projectbestanden altijd op een plaats die inbegrepen is in de reguliere backups van uw computersysteem.
  • Sla tijdens het werken het projectbestand regelmatig op.
  • Bewaar projectbestanden bij voorkeur niet op diskettes. Deze zijn zeer onbetrouwbaar.
  • Bewaar van bestanden die belangrijke informatie bevatten altijd een of twee reservekopieën op een veilige plaats.

 

Overige functies projecten

  • U kunt verschillen in projecten snel en overzichtelijk zien met de functie projectconsistentie. Ga hiertoe naar Extra –> vergelijk projecten.
  • Mogelijke teken- of verwijsfouten in uw project kunt u snel zien met de functie projectcontrole onder Project –> Projectcontrole.

Gerelateerde artikelen